HET BESEF

Ik wil niet meer. Ik kan dit niet. Ik kan dit niet. Ik kan dit niet! Ik wil het niet! Ik wil niet dat je dood bent! Ik wil jou. Ik wil jou terug. Ik wil bij jou. Waarom? Waar ben je? Ik kan het niet zonder jou. Ik wil het niet meer. Ik wil bij jou. Laat me maar. Laat me maar gaan. Ik wil naar jou. Ik wil bij jou zijn. Laat me maar naar jou gaan. Laat me maar gaan. Ik wil bij jou. Help me, alsjeblieft. Ik ben je nodig. Ik kan niet zonder jou! Ik wil bij jou.
~Citaat uit mijn journal, 16.10.2024~
Bovenstaand citaat schreef ik in mijn journal. Het was ongeveer drieënhalve week na het overlijden van mijn zoon. Het was tweeënhalve week na zijn uitvaart. Het was het donkerste moment tot dan toe. Ik was klaar om te sterven. Terwijl ik deze gedachten ervoer, dacht ik ook werkelijk dát ik dan en daar zou sterven. Aan gebroken hart-syndroom of iets dergelijks. Doordat de stress van het verlies zó groot was, dat mijn lichaam het fysiek niet meer aan kon en er gewoon mee zou stoppen.
Ik weet nog goed dat ik op het bed van mijn zoon lag. Wij sliepen daar het laatste jaar samen. Dit was vanwege zijn grote hoeveelheid epileptische insulten. Het verstikkingsgevaar dat daarmee gepaard ging door reflux speelde ook een rol. Het beeld van zijn dode lijf lag naast me in bed. Hij is vredig overleden en lag er ook zo bij. Toch bleef dit beeld mij onverbiddelijk crue op mijn netvlies gebrand staan die dag. Alsof mijn onderbewuste me dwong om de realiteit onder ogen te komen.
Ik ervoer deze dag een enorm gevoel van zinloosheid. Ik stelde de grote levensvragen: Wat heeft het voor zin? Waarom zou ik door moeten gaan? Waarom zou ik weer opnieuw op moeten bouwen? Alles wat ik opbouw gaat verloren. Alle strijd die ik heb geleverd heeft niets geholpen. Alles is zinloos. Ik was het leven beu. Het leven had me alles wat me lief was ontnomen met het sterven van mijn kind. Het is een gevoel van totale machteloosheid die me overviel. Ik voelde me slachtoffer. Boos op het leven. Boos op de lijdensweg die ik moet doorstaan. Ik heb daar helemaal niets over te zeggen of in te kiezen gehad, dat voelt zo machteloos!
In de start van een rouwproces kan je onderbewuste je beschermen. Het beschermt je tegen de heftige emoties die bij een dergelijk verlies komen kijken. Als het ware houd je jezelf een beetje voor de gek, om jezelf te beschermen. Je weet met je hoofd al lang dat je kind nooit meer thuis zal komen. In je hart voel je dit misschien nog niet direct. Je onderbewuste laat die realiteit dan stukje bij beetje doordringen in je hart. Het is een vorm van zelfbescherming, zodat je de pijn kunt dragen.
Daar op zijn bed, terwijl ik huilde om mijn verlies, verloor ik de controle. De emoties gingen zo diep! Ik heb gesmeekt dat er op dat moment iemand in mijn huis zou binnenstappen. Iemand die me zou vinden, me zou vasthouden en me zou troosten. Maar er was niemand. En ik was niet in staat om op te staan en iemand te bellen. Ik heb gedacht ‘als ik het nu zou doen, een mes zou pakken…. Dan zou het lukken, niemand zou me vinden voordat het te laat is’. Ik schrok van die gedachte. Maar zo diep ging het. Ik huilde en huilde en smeekte en sprak de woorden uit mijn citaat. En terwijl dit gebeurde, voelde ik hoe ik mijn bewustzijn steeds opnieuw leek te verliezen. Ik voelde mijn hart kloppen en mijn ademhaling stoppen, onbewust. En met dat bewustzijnsverlies ervoer ik zo’n enorme rust en vrede. Het was zo zalig, dat ik me afvroeg of dat zou zijn hoe sterven voelt. Of dat voor mijn zoon net zo zal hebben gevoeld. Zo vredig, dat ik wenste dat ik dan en daar ook zou mogen sterven. Maar dan kwam er weer een ademteug. Ik was terug in de realiteit: in het lege bed waar mijn zoon gestorven is. Uiteindelijk viel ik in een diepe slaap. Vier uur later werd ik wakker, nog steeds alleen in zijn lege bed. Toen kon ik wel iemand bellen. Deze lieve vriendin hoorde mijn verhaal aan. Zo kon ik het voor even weer loslaten.
Gelukkig was dit voor mij de enige keer dat ik zo diep ben gegaan. Tijdens de eerste 6 weken kwam de intensiteit van het verdriet regelmatig wel boven. Toch bleven de emotioneel stabielere dagen overheersen. Iedere week ongeveer kwam er één dag waarop het besef opnieuw binnendrong. Op die dagen was ik tot niets in staat behalve huilen. En die dagen accepteerde ik. Ik was er zelfs blij mee. Want ik begreep maar niet hoe het kon. Toch zei ik oprecht steeds het antwoord “Het gaat oké” wanneer mensen aan mij vroegen hoe het ging. Mijn kind was immers net overleden, hoe kan het in vredesnaam oké met gaan? Ik hoor kapot te gaan verdriet, te rouwen. Wat gebeurt hier? Ik voelde me enorm schuldig over deze gevoelens en begreep geen zak meer van mezelf. Maandenlang heb ik gehuild om het aankomende verlies dat ik zou gaan lijden. En nu het zover is gaat het oké? De dagen dat ik het verdriet wel voelde omarmde ik daardoor dan ook en ik was er enorm dankbaar voor. Want mijn verdriet was van hem. Zijn plekje in mijn hart. Het was de uiting van de immense liefde die ik voor hem heb. Ik wilde niet dat dat verdween, ook al was het er nu in de vorm van verdriet in plaats van vreugde. Die liefde mag nooit verloren gaan.
Na die zes weken ben ik op reis gegaan naar Java. Niet om lekker vakantie te vieren of er even tussenuit te gaan, nee, om te werken met mijn rouw. Het was een spirituele rouwretraite. In de drieënhalve week dat ik weg ben geweest, heb ik intensief gewerkt met mijn gevoelens. Ik zocht naar zingeving en werkte aan mijn verdriet. Ik probeerde mezelf te hervinden en het leven te begrijpen. Ik heb ook tools geleerd om met het verlies om te gaan. Het heeft me geholpen om er vanuit een andere visie naar te kijken. In een ander blog zal ik uitgebreider ingaan op mijn belevenissen, ervaringen en opgedane inzichten tijdens deze reis.
Aan het einde van de retraite had ik er zin in om weer naar huis te gaan. Ik voelde me er klaar voor. Ik wilde alles in mijn rugzak van ervaringen thuis integreren in mijn leven met de realiteit. En het eerste moment van thuiskomst was dan ook erg fijn. Ik keek ernaar uit om mijn verhalen te delen met vriendinnen en familie. Het was heerlijk om ze weer te zien en te spreken. Maar daarna werd het met de dag moeilijker. De stilte in huis steeds voelbaarder. En meer en meer drong het pas echt tot me door wat ik ben verloren. Mijn kind, mijn grootste liefde. En in onze strijd tegen zijn ziekte, al voorafgaand aan zijn sterven, verloor ik ook mijn eigen leven. Mijn werk, mijn bedrijf, mijn sociale leven, mijn financiële stabiliteit. Nu, drie maanden na zijn overlijden, besef ik dit steeds meer. Het dringt elke dag dieper door in alle facetten van mijn leven. Iedere dag wordt het voelbaarder en voelbaarder.
De volledige invulling van mijn dagen is verdwenen. Ik ben in december 2023 gestopt met mijn rijschool. Het was het bedrijf waar ik iedere dag met veel passie en plezier in werkte. Ik heb het vanaf de grond opgebouwd. Het bloeide enorm snel op tot een goedlopende zaak. Wat me financiële zorgeloosheid had gebracht en waar ik mijn hart en zaligheid in had gestopt.
Ik heb zonder wikken of wegen de keuze om te stoppen gemaakt. Ik heb er geen dag spijt van gehad. Het gaf me de mogelijkheid om vierentwintig uur per dag voor mijn zoon te zorgen. We konden samen nog zoveel mogelijk genieten van de tijd die ons restte. We maakten mooie herinneringen en waren vooral veel samen.
Maar nu hij er niet meer is, hoef ik niets meer. Ik heb negenenhalf jaar voor hem gezorgd, in gezondheid en ziekte. Negenenhalf jaar moest ik iedere dag iets. Ik heb altijd verantwoordelijkheden gehad. En nu ineens is er even niets meer, behalve ik. Me, Myself and I. En hoe ga ik zorgen voor mezelf? Wat wil ik eigenlijk zelf? Waar heb ik behoefte aan?
Vragen waar ik helemaal nog niet over na durf te denken. Toch gebeurt het wel, ze passeren echt de revue. Maar dan komen weer die schuldgevoelens om de hoek kijken. Het voelt soms alsof, wanneer ik mezelf toesta ook maar één seconde te denken aan mijn toekomst zonder hem, dat ik daarmee zeg dat het oké is dat hij er niet meer is. En dat is het absolúút niet. Zo werkt het niet, zo is het niet, maar zo voelt het wel.
Het dragen van, het omgaan met en het integreren van de rouw in je leven is ontzettend ingewikkeld. Je weet dat jij doorleeft. Je wilt niet een leven lang depressief in diepe rouw doorbrengen. Je hoopt dat de rouw ooit die integratie zal vinden, zonder dat het je genadeloos neer blijft halen. In de tussentijd hoop je de kracht te vinden om het te kunnen blijven dragen. Tegelijkertijd is het ook beangstigend om een nieuw pad te bewandelen. Er komen duizend-en-één emoties om de hoek kijken, waar je soms geen snars van begrijpt. En toch gaat iedere dag de zon weer op. De volgende dag breekt weer aan. De wereld draait weer door. Stap voor stap zul jij weer gaan meedraaien. Gaat de zon weer onder, dan sluit je de dag af. En zit je daar weer met al je emoties die weer bovenkomen drijven. En ze mogen er zijn! Morgen gaat ook weer de zon op en zul jij weer meedraaien. Mét je emoties.

