SPIRITUALITEIT
Spiritualiteit is een onderwerp waar veel verdeeldheid over heerst. Sommige mensen zijn erg spiritueel. Anderen volgen een religie. Weer anderen geloven in niets of vinden het maar zweverige woeha.
Voor mij was spiritualiteit als kind heel normaal. Ik kon er echter nooit met iemand over praten en wist er eigenlijk maar weinig vanaf. Dit onderwerp werd niet binnen onze familie behandeld. Niemand was ermee bezig, of in ieder geval werd er niet over gesproken. Ik was zelf altijd erg gevoelig voor energieën om mij heen. Ik ben veel in aanraking geweest met vooral negatieve energieën. Dit heb ik tot in mijn twintiger jaren nog wel eens meegemaakt. Dat was best beangstigend. De enkele keren dat ik er wel iets over deelde met anderen, verklaarden mensen me voor gek. Ze zeiden dat het niet echt was. Ik beeldde het me volgens hen in. Het werd dan ook al snel iets wat ik voor mij hield. Ondanks dat ik dingen ervoer, vond ik het leuk om mijn horoscoop wekelijks te lezen. Verder hield ik mij er ook niet echt mee bezig.
Toen ik veertien jaar was overleed mijn oma. Oma speelde een belangrijke rol in mijn leven, ze was mijn vertrouwenspersoon aan wie ik al mijn geheimen kon toevertrouwen. Zij en opa woonden drie straten verderop. Dus ik ging er regelmatig ook even naartoe. Al was het alleen maar om stiekem samen een sigaretje te roken. Roken mocht ik natuurlijk niet van mijn ouders en ik wilde ook niet dat zij wisten dat ik rookte (al wist ik heus wel dat ze het wel wisten hoor! Ik koos er gewoon voor om naïef te blijven). En oma was ziek, ze had hartinfarcten gehad en nierproblemen. Ze droeg een pacemaker en volgde nierdialyse. Opa wilde ook niet dat zij rookte in verband met haar gezondheid. Het was iets dat we samen stiekem deden. Het was ons geheimpje. Dat verbond ons op een manier die ik met niemand anders deelde. Tijdens onze geheime sigaretjes deelden we van alles. Oma vertelde altijd de wildste verhalen over vroeger. Ze vertelde over hoe ze opa had leren kennen. Ze sprak over hoe het leven in hun tijd eruitzag en hoe ze samen met opa motor reed. Ze deelde verhalen over familievakanties van vroeger. Het was heerlijk om naar haar verhalen te luisteren. En ik kon al mijn geheimen bij haar kwijt, zonder oordeel. Toch, toen oma overleed, heb ik niet lang gerouwd, of misschien wel helemaal niet. Ik was puber. Oma was in mijn ogen destijds oud. Ze was nog maar eenenzeventig toen ze overleed. En oma was al zeven jaar ziek. Natuurlijk was ik verdrietig en miste ik haar. Maar het leven ging gewoon verder. Ik werd er “gewoon” in meegenomen. Ik werkte, ging naar school, had een rijk sociaal leven, ik stond eigenlijk maar weinig stil bij het geleden verlies.
Nadat oma overleed begon de lantaarnpaal voor het huis van opa en oma te knipperen. In onuitgesproken stilte hoopten we allemaal stiekem dat het oma was die zo liet weten dat ze er nog was. Oma’s lichaam was opgebaard in huis. Op de dag van de uitvaart stopte de lantaarnpaal er helemaal mee. We moesten de lamp later vervangen. Ik weet nog goed dat ik na de uitvaart met mijn zus in ons ouderlijk huis zat te eten. Papa en mama waren bij opa en waar onze broer was kan ik me niet herinneren. Wat me nog wel goed bij is gebleven, is dat ik met mijn zus samen herinneringen aan oma ophaalde aan onze eettafel. We deelden onze verhalen over wat we met haar allemaal hebben meegemaakt. En toen begon de lamp in onze keuken te knipperen. Een tijdje maar, daarna deed hij het weer gewoon en later heeft hij nooit weer geknipperd. Wij dachten direct dat het oma was.
In de jaren daarna ben ik eigenlijk nooit echt met oma bezig geweest. Jaren heb ik niet aan haar gedacht, ik had het druk met mijn eigen leven. Maar na het overlijden van mijn zoon kwamen oma’s laatste woorden steeds vaker in mijn gedachten. Ze lag op haar sterfbed toen ze tegen mij zei: “Pas goed op mien kleingie” (pas goed op mijn kleintje). Ze sprak deze woorden uit toen ik afscheid van haar kwam nemen. Nooit heb ik begrepen wat ze ermee bedoelde, toch antwoordde ik haar “Zal ik doen oma, beloofd”. Na Jaydens overlijden begon me steeds vaker af te vragen: ‘Zal ze het hebben geweten?’. Men zegt wel eens dat stervenden soms heel helderwetend zijn. Dat ze dan kunnen zien of weten wat er in iemands leven gaat gebeuren. Vlak voor mijn reis naar Java stond ik bij mijn zoon zijn graf. Ik praatte wat tegen hem, vertelde over mijn gevoelens en ervaringen en ook over deze gedachten. Ik begon daar ook tegen oma te praten. Zij is daar niet begraven. Oma is gecremeerd en haar as is verstrooid over haar favoriete plekje natuur. Ik vertelde haar: “Ik heb goed voor je kleintje gezorgd, oma.” Nu is het weer aan jou. Zorg goed voor mijn kleine Jayden.
De week daarna ben ik naar Java afgereisd voor een spirituele rouwretraite. Een uitgebreid verslag over mijn ervaringen daar lees je in deze andere blog. De eerste week maakte ik een rondreis door Yogyakarta met een spirituele gids. Ze nam me mee naar allerlei tempels en bezienswaardigheden. We praatten ook veel over mijn zoon zijn leven en zijn overlijden. We bespraken mijn rouw, mijn zoektocht, zingeving, en spiritualiteit. Ze deed tarot leggingen. Op één avond stelden zij en haar spirituele groep samen met hun leraar een ceremonie samen om mij te helpen ontwaken en helen.
Daarna reisde ik door naar Karimunjawa, waar ik werd verwelkomd door Margo Niestadt voor de retraite. In de retraite werkte zij één op één intensief met mij aan mijn ‘Verlies verdriet’, ofwel: rouw. Naast het overlijden van mijn zoon, richtten we ons ook op alle andere verliezen uit mijn leven. Terugkijkend vind ik het bijzonder dat ik oma in eerste instantie helemaal niet in mijn rijtje van geleden verliezen plaatste. Het was ook niet perse een verlies dat mij gevormd heeft. Haar overlijden hoorde gewoon bij het leven. Ik had het geaccepteerd als onderdeel van ouderdom. Ik heb er om gehuild en de herinneringen gekoesterd. Vervolgens ging ik weer verder met het leven van mijn eigen leven.
In de retraite deed ik iedere dag yoga, meditaties, creatieve workshops, ondernam ik activiteiten en hield ik een stiltedag. Ik raakte steeds meer in contact met mijn gevoelens en merkte dat ik enorm veel begon te dromen. Althans, we dromen natuurlijk allemaal gemiddeld drie keer per nacht, maar de meeste dromen herinneren we ons niet. Daar in Java begon ik ze vrijwel allemaal wel te herinneren. Zelfs dromen van maanden geleden stonden weer als heldere beelden in mijn geheugen. En ineens, achttien jaar na oma’s overlijden, begon ik veel aan haar te denken. Ik droomde ook veel over haar. Het gesprek met Margo raakte mij diep. Ik huilde enorm omdat ik oma’s liefde voor mij heel sterk voelde. Eveneens voelde ik mijn liefde voor haar sterk en ik miste haar daardoor na achttien jaar echt enorm. Voor mij was het een teken. Zij is ook bij me. Jayden is nu bij haar. Zij waakt over hem.
Nu vraag je je misschien af: waarom schrijft ze zoveel over haar oma, maar niet over haar zoon die ook is overleden? Deze blog gaat toch over rouw na het verliezen van je kind? Ik leg het je uit: omdat dit ‘vinden’ van oma een eyeopener voor mij is geweest. Het was een soort bevestiging. Ik geloof nu dat alles wat ik tot dan toe dacht te ervaren ook werkelijk écht is. Ik kwam niet naar Java voor oma. Ik kwam er voor mijn mooie Jayden, mijn zoon, de van mijn leven die ik was verloren. In de zoektocht hoopte ik onze verbinding voorbij het ‘weten’ te vinden. Ik durfde mijn gevoelens toe te laten in een veilige omgeving. Ik zocht naar bevestiging van wat ik vroeger altijd al dacht te weten: dat er meer is dan enkel ons fysieke leven hier op aarde.
Ik schreef al dat ik vroeger heel gevoelig was voor energieën, maar daar nooit echt mee bezig ben geweest. De negatieve ervaringen maakten ook dat ik dat niet wilde voelen. En ergens in mijn twintiger jaren ben ik die verbinding onbewust verloren. En hoe meer verliezen ik in mijn leven moest lijden, hoe dieper ik ook mijn geloof erin verloor. Want hoe kan er een God bestaan met alle ellende op deze wereld? Hoe kan een God uit liefde bestaan en rechtvaardig zijn, als er zoveel mensen onnodig en oneerlijk lijden? En wat dacht je van kinderen? Wat hebben deze kinderen in vredesnaam gedaan, dat ze zo’n lijdensweg als straf verdienen? Dat is niet rechtvaardig, dat is niet liefdevol, dat is niet hoe het leven bedoeld is te zijn.
Ik weet nog goed dat de kinderarts enkele maanden voor Jaydens overlijden aan mij vroeg of ik in God geloofde. Mijn antwoord was linea recta: “Nee”, met alle voorgenoemde argumenten en meer. Tijdens de zoektocht naar de juiste diagnose greep ik, als ongelovige, alles aan. Ik hoopte op een uitslag die niet dodelijk zou zijn. Ik zocht in bijgeloven. Ik zocht in tekens, in intuïtie en in dromen. Ook heb ik gebeden en gebeden en gebeden. Voor het geval er dan tóch wel een God zou bestaan. Maar het veranderde alles niets aan de uitkomst. De bom sloeg in met het vinden van een diagnose: mijn kind zou niet oud worden en er was niets wat iemand daar ook maar aan zou kunnen veranderen. Zo verloor ik ook alle laatste restjes hoop, geloof en zingeving die ik tot dan toe nog ergens diep in mij verborgen hield. Het leven was ineens echt niets meer dan een lijdensweg op aarde. We moeten er het mooiste van maken. En dat was het, niets meer dan dat, niets zinvollers. Geniet van de liefde die je hebt, tot het einde. Punt.
In de weken voorafgaand aan Jaydens overlijden las ik hem regelmatig voor. Ik gebruikte het boek “Misschien is doodgaan wel hetzelfde als een vlinder worden”. Een prentenboek waarin een jongetje met zijn opa filosofeert over de dood. Waarom gaan we eigenlijk dood? Wat is er na de dood? En waarom worden we eigenlijk geboren? Drie levensvragen waar enorme mysterie omheen hangt, vragen die we pas écht kunnen beantwoorden wanneer we zelf dood zijn gegaan. Het mooie aan dit prentenboek vond ik vooral dat het openlaat om je eigen visie erop te creëren. Het laat je nadenken over wat je zelf eigenlijk denkt, of hoopt, of gelooft. Zo bedacht ik met Jayden wat ik dacht dat er na de dood zou zijn. Ik maakte het plaatje zo mooi mogelijk met alle dingen waar Jayden ontzettend veel van hield. Op die manier hoopte ik zoveel mogelijk van zijn angst voor het sterven weg te kunnen nemen. Ik weet niet of hij echt angst heeft ervaren. Ik weet ook niet hoe hij zich eronder voelde of wat hij erover dacht. Ik vroeg me af of hij verstandelijk überhaupt nog wel kon begrijpen wat er gebeurde, wat er stond te gebeuren en wat ik erover vertelde. Maar ik moest iets doen. Ik kon het niet gewoon laten gebeuren zonder hem voor te bereiden.
Hoe vaker ik het boekje met hem las en er tegen hem over vertelde, hoe sterker mijn geloof in ‘er is meer’ weer begon te worden. Iets wat ik van kinds af aan al altijd zo heb gevoeld, maar waar ik jarenlang nooit meer mee bezig ben geweest. Wellicht is het niet meer dan een stukje hoop, wat ik nodig ben om door de rouw heen te komen. Als er echt helemaal niets is na dit leven, geen nut in wat we meemaken… Dan zie ik weinig reden om verder te leven. Het idee om de rest van mijn leven de pijn van zijn verlies te moeten dragen zonder reden voelt ondraaglijk. Maar ik kies ervoor om te vertrouwen op mijn gevoel. Ik geloof in mijn intuïtieve weten dat er wel meer is na de dood. Want geloven in iets dat zó mooi, zó liefdevol, zó vol vreugde en vredig is wat op ons wacht nadat ons leven op aarde is voltooid: dat maakt het de moeite waard. En daar kan ik rust in vinden. Om te kunnen bedenken en geloven, dat je kind na zijn overlijden weer vrij mag zijn van pijn en lijden. Weer kan spelen, lachen, rennen en springen. Hij kan zingen en ervaren wat een kind hoort te ervaren. Het zieke lichaam beperkt hem niet langer en brengt hem geen pijn en leed meer. Zo wordt de dood een klein beetje minder zwart. En kies ik ervoor om in dat lichtpuntje te geloven.
Voor mij is spiritualiteit daarom een onderwerp geworden wat mij door de rouw heen helpt. Nee, ik geloof nog steeds niet in een God zoals die wordt beschouwd in religies. Vanaf mijn kindertijd heb ik weerstand gehad tegen de kerkelijke religie. Het hele straffen en belonen, hemel en hel verhaal roept bij mij simpelweg aversie op, daar geloof ik niet in. Maar ik geloof wél in meer dan dit fysieke leven. En ik denk dat alle religies in de kern zijn ontstaan vanuit een één en dezelfde bron van spiritualiteit. Mensen hebben er verschillende invullingen aan gegeven. Daardoor zijn er verschillende stromingen ontstaan. En daarmee respecteer ik alle religies en de keuzes die mensen daar voor zichzelf in maken. In het gesprek met de kinderarts vertelde ik hem dat ik destijds wenste dat ik er wel in kon geloven. Dat ik het prachtig vond hoe men daarin een houvast kan vinden. Hoe het hen helpt om te gaan met het leed dat je kind overleven met zich meebrengt. Zoals het rust biedt in alle hevigheid van de pijnlijke emoties die daarmee gepaard gaan. Ik geloofde er niet in. Maar, ik heb voor mezelf toch ook een vorm gevonden waarin ik kan geloven. En dit biedt mij troost.
Het overlijden van mijn zoon en alle ervaringen die ik daarna heb gehad, maken dat mijn nieuwsgierigheid naar spiritualiteit weer is ontwaakt. Ik wil er meer over weten, wat is dit alles wat ik voel en ervaar? Word ik gek of sta ik weer open om te zien wat er is? Ik weet het antwoord nog niet, maar ik hoop het ooit te vinden. Het geloven in neemt mijn verdriet niet weg. Het maakt de pijn niet zachter. En het gemis zeker niet minder. Niets van dat alles. Maar de wetenschap dat hij niet helemaal weg is, dat zijn ziel voortleeft, maakt het voor mij een klein beetje draaglijker. Het idee dat we elkaar ooit weer terug zullen zien, geeft me een doel om verder te kunnen.
Jayden heeft zelf ook op verschillende manieren iets van zich laten horen. Op zijn sterfbed had hij een houten knuffelhartje met de tekst ‘Vergeet me niet’ in zijn hand. Bij het opbaren heb ik dit ook weer in zijn hand geplaatst. En op de derde dag na zijn overlijden, lag dit hartje ineens op zijn buik, boven zijn hand. Het kon er niet heen gerold zijn. Het was geen rond object. Het zou tegen de zwaartekracht in zijn gerold. Ook heb ik iedereen die er die dag was geweest gevraagd. Had iemand er per ongeluk tegenaan gebotst? Of had het zich op een of andere wijze verplaatst door een verklaarbare reden? Maar er kwam geen verklaarbare reden. De lamp in ons toilet begon hevig te knipperen vanaf het moment van zijn overlijden. In eerste instantie gebeurde dit alleen wanneer ik op de wc zat, later ook bij anderen. Ik heb me wekenlang afgevraagd waarom dan toch die lamp in het toilet? Het was de enige ruimte in ons huis waar Jayden nooit geweest is. We zijn zeven maanden voor zijn overlijden verhuisd naar deze woning. Vlak daarvoor was hij rolstoel gebonden geworden. En al voor onze verhuizing was Jayden al incontinent. Op een avond was één van mijn vriendinnen op visite. Deze vriendin is de moeder van Jaydens beste vriendje. Terwijl zij naar het toilet ging, zette ik koffie. En al lopend met de koffie de woonkamer in, keek ik naar het raampje boven de wc deur. De lamp brandde, gewoon zoals het hoort. Ik weet nog dat ik in gedachten zei “Haha, goed zo jongen, alleen bij mama he”. En hup, daar begon de lamp weer hevig te knipperen en toen: uit. “Zet je haar nu ook in het donker op de wc?” dacht ik en ik zag voor me hoe Jayden helemaal in een deuk zou liggen om zijn eigen grap. In dat moment besefte ik ineens waarom toch die lamp in het toilet. In ons vorige huis was dit één van zijn grapjes. Altijd als ik op de wc zat, kwam Jayden in de deuropening met me kletsen. Dan zette hij gauw de lamp uit, deed de deur dicht en dan zat ik in het donker op de wc. Ik deed dan altijd alsof ik dat heel eng vond. En daar had hij keer op keer de allergrootste lol om, letterlijk de slappe lach om zijn eigen grap!
Sinds Jaydens overlijden zijn er meer dingen gebeurd in dit huis. Ik kan deze dingen niet anders verklaren, dan dat Jayden even laat weten dat hij er nog is. Dingen die voor zijn overlijden nooit zijn gebeurd, daarna ineens met enige regelmaat wel gebeurden. Geen enge dingen hoor, ik word er niet bang van. Zijn T-rex die voor de zoveelste keer weer eens op de grond ligt. Een foto van ons die ineens op de kop ligt. Een kaartje met troostende woorden die zo nu en dan weer eens op de kop ligt. De tv in zijn slaapkamer die zo ineens aanstaat. Al die dingen samen met het willen weten waar hij is, hoe het met hem gaat en willen verklaren wat ik ervaar, wakkerden mijn spirituele zoektocht aan. Ik las talloze boeken over wat er na de dood gebeurt met de ziel. Over bijna doodervaringen. Over rouw. Over tekens van het universum. Over dromen. En met alles wat ik lees en alle ervaringen die ik heb, wordt mijn drang om te willen weten alleen maar groter!
Want alles wat je als ouder wenst voor je kind is toch zeker dat het goed gaat met hem of haar? Je zorgt heel zijn of haar leven voor je kind met dat als enige doel. Maar als je kind is overleden, dan kan dat ineens niet meer. Althans, niet fysiek, niet in aardse vorm, zoals je dat altijd gedaan hebt. Toch wil je iets blijven doen. Je wilt iets kunnen doen. Je wilt weten hoe het met je kind gaat. Daardoor zie je vaak terug dat ouders van overleden kinderen op één of andere manier (opnieuw) gaan verbinden met spiritualiteit of geloof. Het is de enige manier waarop je als rouwouder misschien nog iets voor je overleden kind kunt doen. Voor mij blijft er zonder dat niets anders meer over dan de machteloosheid in het leven. En dat is een realiteit die ik niet wil leven.
Mocht je deze blog nu lezen en denken, “Die vrouw is gek aan het worden”, helemaal oké. Ik begrijp je en zal in jouw schoenen en zonder mijn ervaring allicht zeker hetzelfde denken. Ik heb de antwoorden ook niet. Daarom zal ik jou absoluut niet vertellen dat wat ik denk te weten echt zo is. Dat weet ik namelijk ook niet. Misschien is het niet zo, misschien is het wel zo. Het is in ieder geval iets dat mij op dit moment helpt om de scherpe pijnlijke emoties te kunnen dragen. En al zou dat het enige zijn, dan is dat voor mij in ieder geval een enorme winst.

