HET LEVEN GAAT DOOR
15-01-2025
Nu, zo’n drieënhalve maand na het overlijden van mijn zoon begin ik heel langzaam aan mijn eigen leven weer op te pakken. Althans, ik doe een poging tot. Stap voor stap, beetje voor beetje, dag voor dag. Ik beweeg me weer richting starten met werken, mijn sociale leven krijgt wat invulling en ik probeer me weer voorzichtig te richten op een toekomst.
In verhalen van andere lotgenoten heb ik ouders wel eens horen zeggen “Het overlijden van je kind is als een keerpunt in je leven. Er was een leven ervoor en er is een leven erna”. Deze uitspraak resoneert veel in mijn gedachten momenteel, want het beschrijft exact hoe het is. Voor Jaydens overlijden was ik moeder, van binnen en van buiten. De laatste twee jaar, en vooral het laatste jaar, was ik zorgmoeder. Die rol aan de buitenkant is voor mij verdwenen. Van binnen ben ik moeder, maar van buiten niet meer. Ik hoef niet meer te zorgen, niet meer op te voeden, niet meer naar school te brengen, niet meer voor hem te koken, niet meer naar bed te brengen, geen tas meer in te pakken, geen afspraken voor hem meer te regelen, geen zwemlessen meer, geen niets meer van alles wat een ouder (zorgenouder of niet) doet.
Ik merk dat ik ontzettend worstel met het opnieuw moeten invullen van mijn leven. Niet omdat ik niet weet wat ik wil, waar ik blij van wordt, wat ik belangrijk vind of wat ik wil doen. Het voelt als een nieuw boek. Niet eens een nieuw hoofdstuk, maar gewoon een compleet nieuw boek: “Gieneke, part two”. Een hoofdstuk waarvan de verhaallijn nog bedacht moet worden voordat het überhaupt geschreven kán worden. Nu ik erover nadenken, misschien zelfs wel ‘Part three: deel één over het opgroeien tot volwassene, deel twee over mijn volwassen leven als ouder, om nu aan deel drie ‘volwassen leven als ouder zonder kind’ te moeten beginnen. Ik mis mijn rol, mijn vertrouwde structuur, mijn persoon bij wie ik thuis kwam, die bij mij thuis kwam, mijn leven uit deel twee.
Ik denk regelmatig na over de dingen die ik nu doe. Neem bijvoorbeeld mijn sociale leven, ik heb nu de vrijheid om gewoon de deur uit te gaan, zonder rekening te hoeven houden met Jayden, zonder oppas te hoeven regelen, zonder …. Een vrijheid waar ik in mijn rol als alleenstaande moeder vaak naar heb verlangd, ook voordat ik zorgenmoeder werd. Ik hield van mijn kind, was gek op ons leven samen, in de zorg en voor de zorg, alles gaf ik moeiteloos voor hem. Maar ik denk dat iedere ouder of naaste die dit leest begrijpt wat ik bedoel: we kunnen nog zoveel van onze kinderen houden en alles voor ze over hebben, we zijn ook tijd voor onszelf nodig. Om voor onszelf te zorgen en even één van onze andere rollen te vervullen zoals: partner, vriend of vriendin, dochter, werknemer of werkgever. Of om gewoon even alleen te zijn, te sporten, naar een sauna gaan, een lange boswandeling of fietstocht maken, even op laden met iets voor jezelf om vervolgens weer vol zin en energie verder te gaan in de ouderrol. Als alleenstaande ouder is die tijd al moeilijker te bewaken, laat staan wanneer je alleenstaande zorgouder bent.
Maar nu heb ik die vrijheid. En ik zou alles zo weer opgeven om nog maar vijf minuten langer mijn kind vast te kunnen houden. Ik schaam me voor het verlangen naar die vrijheid wat ik vaak heb gehad. Ik voel me er schuldig over, over de verlangens die ik ernaar heb gehad, maar ook over dat ik er nu van kan genieten soms. Want veel liever zou ik hem weer vast kunnen houden, al was het maar voor vijf minuten. Even weer zijn haar ruiken, door zijn haar kriebelen, knuffelen, een kus geven. Of alleen maar even weer zijn stem horen die mij ‘mama’ noemt. Als het zou kunnen, gaf ik er alles voor, daar hoef ik geen seconde over na te denken.
Met iedere stap vooruit die ik maak voelt het alsof hij steeds verder uit mijn leven verdwijnt. Ik raak mijn rol die ik had in zijn leven steeds verder kwijt en ga steeds meer richting geven aan mijn nieuwe rol. Ook al zal hij nooit écht uit mijn leven verdwijnen en weet mijn redenerend brein prima te vertellen dat deze gevoelens niet reëel zijn. Toch zijn ze er. En ze doen verdomde veel pijn. Het liefste zou ik soms gewoon stil blijven staan in dit moment van hem missen. Want hier is hij er, in de meest heftige en pijnlijkste emoties neemt hij de grootste rol weer in. Alles draait dan weer voor even om hem, ondanks dat die emotie zo zwaar is. Maar in die zwaarte blijven zou betekenen dat ik dag en nacht huil, depressief ben, gebroken ben, tot niets meer in staat ben, genageld aan zijn graf zou zitten of op zijn bed zou liggen, niets meer onderneem, geen mens wil zien, geen adem kan halen en zelf ook dood wil gaan, alleen maar om weer bij hem te kunnen zijn. Als ik in die momenten stil zou blijven staan, dan overleef ik het letterlijk niet.
Dat betekent niet dat ik die momenten niet accepteer! Ik omarm ze zelfs, maar nu wél met de wetenschap dat ze er bij horen, gezond zijn, een uiting van de pijn doorleven en daarmee verwerking van de rouw én dat ze weer voorbijgaan om op een later moment als ik dat weer aan kan terug te komen. Ik doorleef ze, ga volledig de diepte in, om daarna weer voor even verder te kunnen. In die momenten breek ik en wil ik echt niet verder, ik wil die pijn niet, alles wat ik dan wil is sterven om mijn kind weer terug te kunnen zien. In de andere momenten waarop ik dat minder voel (of afleiding heb van de dagelijkse gang van zaken) verlang ik ernaar om het te voelen, want het is van hem. Die tegenstrijd is soms echt gekmakend. Het is alsof wanneer ik mezelf ook maar één seconde toesta niet aan hem te denken, dat ik daarmee zou zeggen dat het oké is dat hij er niet meer is. Dat voel ik natuurlijk absoluut niet zo. En het is ook zeker niet zo dat ik dat dan zeg of dat mensen dat van me zouden denken. En toch voel ik het.
De meeste dagen voelt het nog steeds als een slechte nachtmerrie. Iets dat ik vannacht heb gedroomd, wat zo realistisch was dat ik de emotie ervan in het wakende leven nog steeds voel, maar straks komt hij gewoon weer thuis. Totdat ik weer even écht besef (wat mijn verstand altijd weet, maar mijn hart niet altijd voelt) dat het echt gebeurd is en dat mijn prachtige vrolijke vent nooit meer thuis zal komen. En mijn leven verder zal gaan, zonder hem. Soms voelt het als een leven lang geleden, maar het is nog maar zo vers. En toch gaat mijn leven al verder, dat besef wordt iedere dag voelbaarder.
Maar hoe doe je dat? De verhaallijn van je nieuwe boek bedenken……
Ik denk dat het niet meer is dan iedere dag opnieuw door blijven bewegen in het leven, proberen weer deel te nemen. Iedere dag wakker worden, iedere dag iets doen (ook als dat even helemaal niet is), voelen en doen waar jij je goed bij voelt, doorleven van de emoties rondom het verdriet wanneer ze zich aandienen. De seconden tikken gewoon door, of je nu wel of niet iets doet. De dagen komen en gaan en voor je het weet ben je alweer bijna vier maanden verder en vraag je je af wat je in godsnaam met al die tijd gedaan hebt.
In die bijna vier maanden heb ik een heel scala aan emotionele toestanden doorgemaakt al. Een gevoel van “het is oké”, diepe depressie, doodswensen, zin in de toekomst, gevoelens van spijt, vragen omtrent zingeving, opgeven van hoop, vinden van hoop, boosheid, strijdlust, spijt, blijdschap om mooie herinneringen, dankbaarheid voor innerlijke groei, dankbaarheid voor de tijd die we wel samen mochten hebben, boosheid en verdriet omdat die tijd maar zo kort was, gevoelens van vrijheid, schuldgevoelens om vrijheid, intense pijn van het missen en verlangen, vlagen van verstandsverbijstering, verwondering, schaamte, onbegrip, verwarring, totale apathie…. Noem het op en ik heb het gevoeld! En ik voel ze nog allemaal. Het is een slingerbeweging tussen het complete scala aan emoties, waarover ik in een ander blog verder zal schrijven. Maar één ding kan ik je wel alvast vertellen: het doorleven van al deze emoties kost zoveel tijd en energie, dat je ook gewoon aan niets anders toekomt. En zo bevind ik me dus ineens bijna vier maanden verder en denk ik “Wat heb ik al die tijd gedaan?”, nou, heel hard gewerkt dus. Innerlijk werk. Rouw is hard werken!
Bijna vier maanden klinkt zo misschien als lang geschreven, in een normale situatie is vier maanden allicht ook een flinke tijd, maar in rouw is het eigenlijk nog maar zo piepkort, zo vers. Dat is de impact van rouw. Rouw verloopt niet volgens een tijdlijn, het heeft geen tijdlijn, er is geen begin en einde. Het is een proces van voelen. Het knalt alle emoties die we maar kunnen voelen wagenwijd open en je voelt intenser dan je ooit gevoeld hebt. Je moet leren omgaan met die emoties, ze leren voelen zonder dat ze je breken. Ze zullen nooit verdwijnen (heb ik mij laten vertellen en ik hoop ook oprecht dat ze nooit zullen verdwijnen! Al hoop ik wel dat de intensiteit wat draaglijker zal gaan worden….), maar ze worden onderdeel van je leven. Ze vormen je tot een nieuw persoon en gaan bij je horen. Daardoor zou je er naarmate de tijd verstrijkt makkelijker mee om kunnen gaan. Dan zul je ook weer de prettigere emoties gaan beleven, diep gaan voelen en omarmen. Dat is wat men zegt en ik denk dat dat klopt. Ik hoop het.
Tot die tijd zal ik gestaag stap voor stap door blijven gaan. Dag voor dag. Soms sta ik een dag stil, lukt het gewoon even niet. De volgende dag zit ik vol goede moed en zet ik weer stappen. Dan een dag lukt het met tegenzin. Dag vier word ik geleefd in afspraken, dwing ik mezelf ’s avonds om stil te staan uit angst onze verbinding kwijt te raken. Dan wat dagen met veel sociale afleiding. En aan het eind van de week dwingt mijn lichaam mij wel weer tot stilstand en voelen, slaat de vermoeidheid toe omdat de emoties door alle afleiding weer opgestapeld zijn en me energetisch gewoon helemaal leegtrekken in een schreeuw om aandacht. Of zoiets. Geen dag is hetzelfde, geen week is hetzelfde, geen maand is hetzelfde. Het is een globale beschrijving om een beeld te geven aan de slingerbeweging die rouw is.
Uiteindelijk is iedere dag vooruitgang, ook de dagen waarop ik stilsta. Ook de dagen dat ik gebroken op Jaydens bed lig te huilen en niet verder wil. En ook de dagen dat ik vol goede moed stappen richting werk zet. Of zelfs de dagen dat ik alleen al blij ben dat ik boodschappen heb kunnen doen. Zo heel ik en zo krijgt mijn nog onbeschreven nieuwe boek letter voor letter invulling en vorm, totdat ik er klaar voor ben om het te gaan schrijven. Of kom ik er tegen die tijd misschien achter dat ik de eerste nieuwe hoofdstukken al lang geschreven heb? We gaan het zien, ik neem het zoals het komt.

