Balans Vinden Tussen Rouwen en Leven
Inmiddels is de markering van acht maanden rouw gepasseerd. Acht maanden al, wat een tijd en tegelijkertijd zo ontzettend vers. Maanden die voorbij zijn gevlogen en ook voorbij zijn gekropen. Wat is er veel gebeurd in deze acht maanden en tegelijkertijd zo weinig. Een standstill periode waarin mijn leven op zijn kop ging, mijn innerlijke wereld de grootste transformatie ooit heeft doorgemaakt, ik compleet verlies ervoer van liefde, van mezelf en mijn identiteit, van mijn doelgeving en de volledige zingeving van het leven. Ik niet anders kon dan me overgeven aan dit verlies en de pijn. En mezelf en mijn leven opnieuw moest leren ontdekken. En dit nu begint door te werken in mijn uiterlijke wereld. De donkere nacht van mijn ziel.
Spiritueel onderduiken
In de eerste maanden van de rouw wierp ik mezelf op een spirituele zoektocht. Wat gebeurde er veel! Allerlei tekens, vraagstukken, ervaringen die op mijn pad kwamen. Alle emoties die ik voelde, de verwarring, het beseffen van mijn verlies, de pijn die daarbij kwam kijken, maar ook ervaren dat mijn Jayden nog steeds bij me was. Wat weer nieuwe vragen opwierp, als: “Waar is hij dan? Hoe gaat het met hem? Hoe werkt dit? Wat kan ik voor hem blijven doen? Waarom gebeurt dit allemaal? Wat probeert hij mij te vertellen? Hoe kom ik daar achter?”. In de vele boeken die ik las over de reis van de ziel na de dood begon ik inzicht te krijgen in wat er op spiritueel niveau gebeurde bij mijn zoon. Ik vond er troost in. En het wakkerde nieuwsgierigheid aan. Maar ook de grote levensvragen kwamen toen boven. Want van iets dat zo onzinnig en oneerlijk lijkt als het ernstig ziek zijn en vroegtijdig overlijden van zo’n mooi kind, dat kan toch niet gewoon maar onzinnig zijn? Dat zou voor mij namelijk betekenen dat het leven een ware hel op aarde moet zijn. Zoveel leed, zoveel pijn, zoveel verdriet, zoveel potentie niet geleefd. Er móest meer achter zitten om maar tot een soort van aanvaarding te kunnen komen! En zo stortte ik mij, te midden van de zware rouw, in een spirituele zoektocht. Opzoek naar antwoorden.
Ik ging op retraite naar Indonesië: Ruimte voor verliesverdriet. Hier leerde ik kennismaken met mijn eigen spiritualiteit en werkte ik hard aan het zoeken naar antwoorden op het “Waarom?” en gaf ik ruimte en aandacht aan mijn verdriet. In alles wat ik daar ervoer en doorwerkte ontwikkelde ik mijn eigen visie en geloof. De dood is niet het einde. Al mijn ervaringen uit mijn verleden bereidden mij voor op deze ervaring. Zonder alles wat ik al had meegemaakt, zou ik nooit de veerkracht hebben opgebouwd om met dit verlies om te kunnen gaan. Ik vond zin in wat ik nog uit het leven wilde halen voordat ik zelf de dood later in zal gaan. En met die ervaringen, inzichten en vooruitzichten ging ik vol goede moed weer naar huis toe. Om daar geconfronteerd te worden met de volle rouw. In feite was mijn duik in de zoektocht een onderduiken. Een verschuilen van de pijn. Opzoek naar licht om de schaduw te doorbreken. En ondanks dat het me troost bracht, en me tot de dag van vandaag nog steeds helpt in het omgaan met mijn verlies en pijn, werkt het natuurlijk niet om alleen maar naar het licht te kijken.
Geen stappen overslaan
Want je kunt niet een nieuw boek schrijven, wanneer het vorige nog niet uit is! Het leven dwong mij om de rouw volledig te doorvoelen. Ik werd steeds opnieuw met mijn neus op de feiten gedrukt: het ergste wat mij kon overkomen was gebeurd, ik verloor mijn zoon. De onvoorwaardelijke verbinding met mijn kind. Mijn zingeving, mijn liefde, mijn doel, mijn verbinding met het leven, mijn identiteit. Depressie en niet meer verder willen kwamen om de hoek. Het leven was alle kleur verloren, ondanks alles wat ik in Indonesië leerde. Misschien ook dóór alles wat ik over spiritualiteit ontdekte. Ik verlangde zo naar het licht, naar de rust en vrede, naar mijn kind. Het leven was hard, leeg, koud, donker, stil en kil. Ik verlangde naar de dood. Om weer bij hem te kunnen zijn, om te mogen stoppen met vechten. Ik was uitgevochten, leeg en depressief. Ik wilde me niet zo voelen, zette me af tegen mijn pijn. Wanneer het verdriet zwaar om de hoek kwam, kraamde ik alleen maar uit “Ik wil niet meer!”. Waardoor naasten dachten dat ik het leven niet meer wilde. Nee, ik wilde de pijn niet meer, het was te zwaar en teveel om te dragen. Ik wilde mijn zoon terug, verlangde innig naar hem en onze verbinding. En de zingeving, doelgeving en identiteit die ik haalde uit zijn Mama zijn. Ik verlangde terug naar het geluk dat ik voelde in het leven toen hij nog gezond en wel bij me was. Het afzetten tegen deze pijn veroorzaakte afstevenen op PTSS. Constante confrontatie met beeldende herinneringen omtrent zijn overlijden. Zijn sterfbed en opbaren te pas en te onpas opnieuw zien en ervaren. Wat me nog banger maakte voor mijn pijn. Want ergens, diep van binnen, wilde ik niet zo verder leven, maar ook niet dood. Ik wilde die pijn gewoon niet. Het was te groot om door te leven, maar ik wilde wel doorleven. Ik verlangde alleen zo intens naar mijn kind. En mijn hart huilt nog steeds iedere dag om hem, mist hem nog iedere seconde van iedere dag. Een wijze les moest ik daar leren: de pijn moet doorvoeld worden, het weg blijven drukken is gevaarlijk, het lost niets op en maakt het enkel groter. Dat betekent niet dat je alles wat gebeurt maar moet accepteren zoals het komt en lijdzaam moet ondergaan. Wanneer je de pijn niet aankan, vraag om hulp! Persoonlijk was ik het nodig om in een veilige omgeving (niet alleen) te mogen voelen. Zodat ik opgevangen en geholpen kon worden wanneer het teveel zou zijn. De rouwtherapeut en regressietherapeut zijn voor mij die mensen waar ik dat kan. Door te voelen, het aan te kijken en doorleven, kun je helen.
Ik raakte mijn weg kwijt, had geen idee meer wat ik nog wilde. Dacht terug aan de retraite en de inzichten over mijn verdere leven die ik daar opdeed. De dingen die ik had bedacht, wat ik nog wilde halen uit het leven. Ook die dingen deden er ineens niet meer toe. Want niets kon het donker van de rouw verlichten. Alles voelde zinloos. En hoe meer ik alleen thuis zat, hoe groter die zinloosheid begon te voelen. Hoe groter de eenzaamheid begon te worden. En hoe dieper de nutteloosheid van mijn bestaan. Mijn financiële buffer raakte leeg en ik wilde iets doen om mij weer een beetje nuttig te voelen en even te kunnen “ontsnappen” aan mijn verdriet. Mijn werk, ik had het in de jaren zorg erg gemist, mijn passie voor mijn werk. Ik besloot langzaamaan dat maar weer te gaan oppakken. Niet omdat ik daar al zin in had, want het liefst bleef ik mezelf lekker opsluiten en zielig vinden en onttrekken van het leven. Want dat leven kende ik niet meer. Wanneer ik weer zou starten met werken, dan zou ik daar weer tijd en aandacht aan moeten gaan geven. Terwijl ik alleen maar wilde rouwen. Ik vond het eng. Het werk dat ik altijd met zoveel plezier en passie deed, zou ik het überhaupt nog wel leuk vinden? Zou ik er ooit weer zin in vinden en het weer met plezier, passie en energie kunnen gaan doen? Ik was zo bezig met rouwen, spiritualiteit en zingeving, dat lesgeven en autorijden ver onderaan mijn verlanglijst van bezigheden stond. Maar ik verlangde wel weer aan een ritme van bezig zijn, maatschappelijke deelname en vooruitgang. En terug naar de financiële vrijheid en onafhankelijkheid die ik als ondernemer ervoer. Het was een combinatie van moeten en uitproberen.
Hervinden van jezelf en het leven
Gaandeweg ontdekte ik opnieuw waarom ik mijn werk altijd zo leuk vond, al kostte het me nog bakken met energie. Ik nam de tijd om mijn werkuren per week gestaag op te bouwen. Tussendoor raakte ik opnieuw in een depressie. Ik raakte oververmoeid en de confrontatie met het niet meer herkennen van mijn leven, het echt onder ogen moeten komen dat mijn leven niet meer hetzelfde is, niet langer gevuld is met de opvoeding van en het samen zijn met mijn kind. Alles wat ik deed, deed ik alleen voor mezelf. En dat is iets wat ik nooit als zinvol heb ervaren. Ik zorg voor anderen, ik zorg ervoor dat het leven voor anderen goed is. Wanneer het voor anderen goed is, gaat het met mij ook goed. Dan voel ik mij voldaan en geniet ik mee van hun genot, waar ik een stukje aan heb mogen bijdragen. Waarom deed ik dit werk eigenlijk nog? Wie help ik hiermee? Ja, rijbewijskandidaten. Maar is dat nou zo bijzonder? Er zijn duizenden rijscholen in Nederland, tig in mijn woonplaats. Zij kunnen hun rijbewijs ook wel zonder mij halen. Ik voelde me opnieuw nutteloos. Voor wie kwam ik nou iedere dag nog mijn bed toch uit? Ik werkte en ik rouwde en ik kwam iedere dag weer alleen thuis. Punt. Dat was mijn leven. Totaal zinloos en eenzaam.
Althans, dat is hoe ik het ervoer. Totdat er een nieuw lijntje in mijn werk (of…. eigenlijk een oud lijntje dat terugkwam) op mijn pad raakte. Waar ik maanden heb getwijfeld of dit nog wel was wat ik wilde, voelde ik mijn passie voor mijn werk volledig terugstromen. De doelen waarmee ik mijn rijschool runde: fundamenteel goed en betaalbaar rijonderwijs, waarbij aandacht voor het milieu, duurzaamheid en verkeersmentaliteit hoog staan. Maar ook als onderneming onderzoek naar Metabole Ziekten kunnen steunen door een deel van de omzet te blijven doneren aan MetaKids. En hoe groter de onderneming, hoe groter mijn bijdrage aan onderzoeken kan zijn. Hoe meer aandacht ik kan genereren, landelijk. Om alle toekomstige Jaydens aan een meer rooskleurige toekomst te helpen. De sociale ondernemer in mij begon weer aan te wakkeren! Vooral het ondernemerschap kietelt mij en van daaruit vind ik ook weer mijn kwaliteit en onderscheidende sterktes als rijcoach 🙂 En dit vuurtje brandt inmiddels een aantal weken volop. Dit betekent hard werken, druk zijn, lange dagen, motivatie, passie, energie, doelgerichtheid en opnieuw het plezier in mijn werk vinden. Het zorgt voor veel afleiding van de rouw. En dat is soms ook gewoon even heel erg fijn. Even je kop op iets anders zetten, even niet alleen maar verdriet voelen, even weer voelen dat je er toe doet, dat je kracht hebt, passie hebt en doorzettingsvermogen kent.
Daarnaast probeerde ik ook weer een nieuw sociaal netwerk op te bouwen, dat wat ik verloor in de zorg en rouw. Ik ontmoette veel nieuwe mensen, lotgenoten, buurtgenoten, stadsgenoten. Mooie ontmoetingen met ontzettend mooie mensen. Ook dat gaf nieuwe energie en vertrouwen. En het matte me af! Bam. Terug op de feiten: ‘Je rouwt ook nog hè!’, ohja…..
Bijkomende schuldgevoelens
Het “Opnieuw leren genieten van het leven” is een verwarrende en moeilijke rouwtaak. Zoeken naar de dingen die je leuk vind om te doen. Naar de dingen in het leven waar je weer van zou kunnen gaan genieten. Het gaat gepaard met het voelen van je verlies, het jezelf opnieuw leren kennen en met schuldgevoelens. De dingen waar ik zo van genoot, deed ik tien jaar lang samen met mijn zoon. Welke dingen vind ik leuk om zonder hem te doen? Dezelfde dingen, maar zonder hem is het ineens anders, hij is er niet meer bij. En dat confronteert weer met de pijn van het verlies. Veel van die dingen vond ik leuk, juíst omdat ik het samen met hem deed. Ik deed veel dingen ook vóór hem, omdat hij er zo van kon genieten en daar genoot ik dan weer van. Maar nu zoek ik naar de dingen die ik echt voor mezelf leuk vind om te doen. En die vind ik langzaam weer terug. Ook vind ik daarin een stukje vrijheid. En daar komen de schuldgevoelens om de hoek. Want nu de zorg voorbij is, heb ik opnieuw de vrijheid om die dingen te kunnen doen. Opnieuw de tijd om die dingen te kunnen doen. Iets waar ik de laatste twee jaar in het zorgen voor hem geen ruimte meer voor had. Wanneer ik me verveel, kan ik zonder wikken of wegen gaan doen waar ik zin in heb. Ik kan in de auto stappen naar het strand. Ik kan op de racefiets stappen. Ik kan een keer een borrel gaan drinken met een vriendin. Ik kan een dagje uit gaan of de sauna induiken. Ik kan de muziek hard aanzetten en gaan klussen in huis. Ik kan naar een festival gaan. Ik kan nieuwe mensen ontmoeten en een sociaal leven leiden. Ik kan weer zoveel, wat ik lange tijd niet heb gekund en wat ik erg heb gemist. En ik kan van die vrijheid genieten. En ik kan me daar heel schuldig om voelen. Omdat ik die dingen nu enkel weer kan, omdat hij er niet meer is.
In de jaren dat Jayden nog niet ziek was, kon ik die dingen ook. Met hem of zonder hem. Maar zodra de zorg om de hoek komt kijken is ook het verlies van deze vrijheid onderdeel van het levend verlies dat je lijdt. Niets is meer vanzelfsprekend. Alles wat je wilt ondernemen vraagt zorgvuldige planning. In alles wat je doet houd je rekening met je zorgenkind en alles wat niet meer kan geef je ervoor op. Zonder blikken of blozen, want er is maar één ding belangrijk en dat is samen herinneringen maken en het beste er nog uithalen. Dat vraagt constant aanpassen. En soms de zorgen even zoveel mogelijk wegdrukken om te kunnen genieten in het hier en nu en daar je volle aandacht aan te geven. De buitenwereld raakt buitengesloten, want jouw aandacht ligt in het maken van kostbare herinneringen. Ongemerkt verlies je als ouder dan je eigen leven. Heel je wereld draait enkel nog om zorg, strijden, samenzijn, aanpassen en doorvechten. Je komt op natuurlijke wijze in een soort vacuüm terecht, in je eigen wereld. En na het overlijden van je kind, in de loop van de rouw, raakt dat vacuüm weer doorgeprikt en besef je hoe jouw wereld veranderd is. Het kost moeite om weer uit dat vacuüm te stappen en de buitenwereld weer binnen te laten. Want die buitenwereld bevat jouw kind niet langer en dat is confronterend.
Integratie van de rouw in het leven
Door weer in de buitenwereld toe te treden, ervaar ik ook weer een nieuw stukje in de rouw: het verlies van de bedachte toekomst. Alle mijlpalen die Jayden niet meer zal hebben en ik niet meer zal meemaken met hem. Hij zou volgend schooljaar naar groep 7 zijn gegaan, daarna groep 8, Cito toetsen, schoolkamp, middelbare school, diploma halen, studeren, rijbewijs halen, verliefd worden, eerste baan, uit huis gaan, liefde vinden, misschien wel samenwonen, een schoondochter of -zoon erbij, getuigen op zijn bruiloft, kleinkinderen. Allemaal mijlpalen die ik nooit meer zal meemaken met hem. Hoe zou hij het doen? Naar welke school zou hij zijn gegaan? Welke vriendschappen zou hij vinden? Zou hij voor het eerst verliefd worden? Wat voor puber zou hij zijn geweest? Welke bijbaan zou hij hebben gekozen? In welke sport zou hij zich interesseren? Welke opleiding zou hij willen volgen om zijn carrièrepad te vinden? Wie zou hij worden als man, partner, vader? Verlies van wie hij had kunnen worden. Nu ik weer terugkeer in de buitenwereld, komt het besef van dit verlies ook binnen bij mij. En opnieuw de confrontatie met de realiteit. Alle mooie stappen die ik in mijn leven zet niet meer met hem kunnen delen. De vakanties die ik boek, niet meer met hem. Naar het strand of bos gaan, niet meer met hem. Feestdagen, niet meer met hem. Thuiskomen na een dag hard werken, niet meer met hem. In het zwembad springen, niet meer met hem. Naar een pretpark, niet meer met hem. Spelletje spelen, niet meer met hem. Alles wat ik doe, niets meer met hem. En dat brengt me weer even terug bij de eerste twee rouwtaken: De realiteit onder ogen komen en het doorvoelen van je verlies.
Conclusie:
Nu, na acht maanden werken in en met mijn rouw, zijn alle rouwtaken dus eens aan de orde geweest. En bij iedere nieuwe stap vooruit, komen ze opnieuw terug. Ze lopen door elkaar heen. Het kost tijd om de rouw in alle facetten van je leven te integreren. De rouw verdwijnt niet, het wordt ook niet minder zwaar. Het raakt wel meer naar de achtergrond, naarmate je het leven weer gaat oppakken. De golven worden langzaam weer iets hoger, de dieptes korter en ze slaan minder vaak over. Ik ervaar wel dat het belangrijk is om consequent stil te blijven staan bij de emotionele wereld. Ook terwijl je hard werkt aan de aanpassingen maken en het opnieuw leren genieten. De rouw blijft aanwezig. Het verdient ook zijn plekje in die nieuwe invulling van je leven. Het is alleen zoeken naar het plekje waar het mag zijn, zonder dat het je neer blijft halen. Balans vinden in afleiding en rouwen is erg belangrijk. Iets wat ikzelf steeds opnieuw tegenkom. Kies ik teveel voor afleiding, dan knalt de rouw onverwachts keihard naar boven. Kies ik te weinig afleiding, dan verlies ik opnieuw de zingeving, wordt de eenzaamheid groter en de rouw zwaarder. Beiden leiden tot oververmoeidheid. Zorg voor jezelf en je fysieke lichaam is dan ook erg belangrijk. In beginsel wandelde ik bijna twee uur per dag en at ik versgekookte gezonde maaltijden. Dan had ik wat te doen en de natuur en koken brachten me rust. De laatste weken bracht ik veel tijd door achter de laptop en in de auto (werk), maakte ik minder tijd voor het voelen van mijn innerlijke wereld en zorgde ik slechter voor mezelf. Ik wandelde minder en qua eten koos ik al gauw voor makkelijk en snel, wat niet altijd gezond was. Waar ik eerder steeds minder ging roken, rook ik nu weer meer en meer. Terwijl ik eigenlijk richting stoppen wilde gaan bewegen wanneer ik daar mentaal weer klaar voor zou zijn. Dat alles merk ik terug in mijn lichaam. Ik heb minder fysieke energie, meer spierspanningen, ik slaap slechter en ik kom wat aan (dat laatste is op zich niet perse slecht, ik ben namelijk ook heel veel afgevallen de laatste maanden en dat mocht nou wel eens stoppen….), ik voel me niet helemaal lekker in mijn lijf.
Dus……..
Balanceren! Een nieuwe balans vinden. Balans tussen werken, fysieke beweging en zelfzorg, emotionele zelfzorg en een sociaal leven. Tot nu schoot ik van volledig zelfzorg en rouwen, naar weer werken en veel sociaal leven, naar volledig werken en weinig rouwen en zelfzorg. Alle uitersten ervaren. In alle uitersten ervaren dat de balans zoekraakt. Maar ook ervaren dat ik die dingen weer heel erg leuk kan vinden! Misschien was dat even nodig, om dat weer te ervaren. Om nu daarin de balans weer te mogen vinden en mijn rouw in alle facetten te mogen laten integreren.

